Inleiding

Voor westerlingen is het niet gemakkelijk om de principes van de poomsee te begrijpen. Om de poomsee op een juiste manier te interpreteren moet men terug naar de oorsprong. Reeds in de oertijd imiteerden holbewoners de handelingen van strijd en jacht in rituele dansen. Tweeduizend jaar geleden vermeldde de Griekse filosoof Plato al: "sciamachia, vechten zonder tegenstander, is een vorm van schaduwboksen". Wij mogen concluderen dat deze "dansen", die zowel bewapend als ongewapend beoefend werden, de klassieke tegenhangers of voorlopers van de hedendaagse Oosterse schijngevechten zijn. Poomsees of ingebeelde gevechten zijn dus zo oud als de mensheid. Deze schijngevechten zijn ontstaan uit de behoefte om ook in vredestijd de gevechtseffectiviteit niet te verliezen. Omdat er in vredestijden minder toepassingsmogelijkheden bestonden dan op het slagveld, moest er geoefend worden. Het is jammer dat er sornmige vechtsportbeoefenaars doen alsof hun lichaam zonder hoofd bestaat en de technieken dus hersenloos gepraktizeerd worden. Ze brengen soms uren door in de oefenruimte met trainen van technieken en denken maar weinig na over het belangrijkste lichaamsdeel: het hoofd, met daarin de hersenen, het brein !

Tenslotte wil ik hier graag Caroll de Leeuw citeren, docente voor psychofysieke weerbaarheidstraining: "Met je verstand grijp je de feiten, maar met je verbeeldingskracht maak je ze levend en plaats je ze in de werkelijkheid. Vaak wordt aan het einde van een verbeeldingstocht inzicht in de materie gevonden."

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Copyright © 2011 Stichting Sportclub Martial Arts Europe. Alle rechten voorbehouden